home

Théière de Sèvres

Théière de Sèvres

June 26 2026

Fig. 1: Manufacture nationale de Sèvres, Théière, 1833. Porselein, gouden decoratie, marmeren voetstuk. 18 x 10 x 19 cm. Musée des Arts Décoratifs, Parijs. Inv.: 2644. Foto: Les Arts Décoratifs, Parijs.

Het welbekende porselein van de fabrikant Sèvres wordt sinds de opening van de fabriek in 1756 gevierd als een van dé triomfen van Frankrijk.1 Door de verschillende aspecten van deze theepot uit 1833 uiteen te zetten, zowel afzonderlijk als in ensemble, wordt duidelijk binnen welke historische contexten het object geplaatst kan worden; ze maken de herinneringen van het object tastbaar. Er zal gekeken worden naar de materialen, vervaardigingstechnieken, symboliek en de opvattingen van verschillende historici.2

Deze theepot is gemaakt van hard porselein, een techniek die niet direct beschikbaar was voor de Manufacture nationale de Sèvres bij de opening van de fabriek.3 In 1753 nam Lodewijk XV (1715 – 1774) de porseleinfabriek van Vincennes over met het idee dat het de fabriek zou worden voor het koningshuis; hij bestempelde het als Manufacture Royale de Porcelaine.4 Mede door de invloeden van Madame de Pompadour (1721 – 1764), die als manager en promotor fungeerde, werd de fabriek in 1756 verplaatst naar Sèvres, een toen nog relatief onbekend dorpje dat gunstig nabij het Paleis Bellevue en het Paleis Versailles lag.5 Bij de opening van de fabriek werd echter enkel het zachtere porcelain tendre door Sèvres gemaakt.6 Pas na de ontdekking van het mineraal kaolien rond Limoges werd het mogelijk voor Sèvres om hard porselein te maken: in 1769 startte de productie.7

De keuze voor een slang als decoratie voor deze theepot wordt door Odile Nouvel-Kammerer, conservator 19e-eeuwse kunst voor het Musée des Arts Décoratifs in 2002 verklaard. Nouvel-Kammerer schrijft in een tentoonstellingscatalogus hoe deze theepot onderdeel uitmaakte van een reeks gebruiksvoorwerpen die telkens refereren aan de functie van het object; zo zou de slang op de theepot verwijzen naar Azië, als de oorsprong van thee. Nouvel-Kammerer schrijft:

The teapot was part of a service whose naturalistic decoration contained allusions to the source of each foodstuff: a cream jug in the form of a cow's head, a sugar bowl in the shape of a pineapple, an herbal teacup in the form of a flower, and a chocolate cup with the same motif as the teapot. The snake brings to mind Asia, the source of tea.8

De schakeling tussen de slang en Azië noch een verder bewijs van de reeks worden niet onderbouwd met bronnen; wel worden de twee punten nogmaals genoemd in de online catalogus van de theepot.9

De slang kan ook begrepen worden als een voorbeeld van hoe kunst beïnvloed kan worden door een oriëntalistisch wereldbeeld: de keuze die is gemaakt om een slang te kiezen als referentie naar Azië berust enkel op de exotische symboliek van het dier. Echter, de slang is in de iconografie ook een attribuut voor Afrika.10 Daarnaast zijn de slangensoorten die visueel het meest overeenkomen met deze slang — mamba's (fig. 2 tegenover fig. 3, 4 en 5) — enkel Afrikaanse soorten.11 Aangenomen dat de slang inderdaad een referentie naar Azië symboliseert, is het onwaarschijnlijk dat de ontwerper zich baseerde op empirische observaties van een specifieke slangensoort. Aannemelijker is dat de slang een geconstrueerde soort is die moest functioneren als een exotisch symbool voor de 19e-eeuwse Franse elite, waar exotische producten als statussymbolen fungeerden. Het hoefde destijds niet accuraat te zijn, maar enkel te voldoen aan de verbeelding van de Oriënt.12

Fig. 2: Smalkopmamba (Dendroaspis angusticeps). Foto: Tyrone Ping.

Fig. 3: Kaapse koraalslang (Aspidelaps lubricus lubricus). Foto: Tyrone Ping.

Fig. 4: Ahaetulla prasina. Foto: Rushenb.

Fig. 5: Boa constrictor. Foto: Getty Images.

Een lacune van informatie waar menig vraagtekens bij gezet mogen worden is hoe de theepot zich verhoudt tot de nog enigszins raadselachtige reeks die Nouvel-Kammerer aanhaalt in 2002.13 Een zeer vergelijkbare theepot is te vinden in de collectie van het Sèvres Manufacture et Musée nationaux (fig. 6).14 Het ei heeft een donkere, haast zwarte tint in plaats van porseleinwit, de slang is donkerrood in plaats van donkergroen en het voetstuk is goud; naast deze kleurverschillen is de theepot verder identiek. In de online catalogus wordt vergelijkbare informatie verstrekt: er wordt gesproken over een reeks en een referentie naar Azië.15 Ook worden nieuwe inzichten gegeven: deze theepotten werden tot 1833 in zeer beperkte oplagen geproduceerd, met diverse gekleurde voetstukken.16 Hier kan nog veel vervolgonderzoek naar gedaan worden.

Fig. 6: Manufacture nationale de Sèvres, Théière miniature "Œuf et serpent", ca. 1810. Porselein, gouden decoratie, marmeren voetstuk. 19 x ?? x 19,5 cm. Sèvres Manufacture et Musée nationaux, Sèvres. Inv.: MNC 26870. Foto: Sèvres Manufacture et Musée nationaux, Sèvres.

Het ei wordt niet verklaard door Nouvel-Kammerer; toch kan er gespeculeerd worden waarom voor dit element is gekozen. Ten eerste is het ei een vorm die volume houdt. Voor een theepot is het daarom geschikt. Ten tweede zijn het merendeel van de slangensoorten ovipaar.17 Het ei zou, binnen het verhaal van de gepresenteerde compositie, de nakomeling van de slang kunnen bevatten. Dit zou de omwenteling en de starre houding van de slang verklaren; het nageslacht wordt beschermd. Toch, hoewel de verklaring creatief gezocht is, moeten er gegeven de onnatuurlijke proporties en het tekort aan verklarende bronnen, zeker vraagtekens geplaatst worden. Hier is ruimte voor vervolgonderzoek.18

Men kan zich afvragen of de donkergroene kleur die gebruikt is voor de slang chromiumgroen is. In 1804 werd de geoloog en chemist Alexandre Brongniart (1770 – 1847) aangesteld als directeur van de fabriek van Sèvres.19 Hij zou deze functie bekleden tot zijn dood.20 Hij benaderde keramiek vanuit een wetenschappelijk perspectief; zo introduceerde hij door veel te experimenteren verschillende nieuwe kleuren en technieken voor glazuren en emailles, waaronder het chromiumgroen.21 Op basis van visuele analyse, datering en kennis over de nieuwe introducties van Brongniart gedurende zijn directie, zou een educated guess kunnen worden gedaan dat de donkergroene tint van de slang op de theepot inderdaad chromiumgroen is.

Wat betreft het totaalbeeld van de theepot met de gekozen compositie, kleuren en detaillering en hoe dat beeld zich plaatst binnen de ontwikkeling van Sèvres, kunnen de overeenkomende opvattingen van Charles E. Fraser uit 1903 en Edward Dillon uit 1904 over Sèvres in de 19e eeuw worden besproken; echter zal er wel veel nuance aan te pas moeten komen.22 Fraser noemt hoe vanaf de Restauratie smaak in verval raakt en steeds slechter wordt met de komst van de Julimonarchie. De objecten zouden te zwaar, te gedecoreerd en levenloos zijn. Zo schrijft Fraser:

With the period of the Restoration tastes became worse. [...] With the advent of the July monarchy styles became even worse. Heavy, over-ornamented, without life or spirit, and the painting was characterless. What a contrast with the charming works of the eighteenth century!23

Later dramatiseert Fraser het verval van het 19e-eeuwse Sèvres zelfs, door de fabrikant gedurende deze periode “slapend” te noemen: “One might say without fear of contradiction that from 1800 to 1850 art at Sèvres was entirely dormant, and it is only in 1884 that it awoke again after a sleep of one hundred years.”24 Dillon beaamt Fraser: volgens hem raakt de progressie van smaak in verval na het keizerrijk, totdat het een dieptepunt bereikt onder bewind van Lodewijk Filips I, waar harmonie van kleur en eenheid van compositie compleet uitgestorven zijn. Dillon schrijft:

After [the pseudo-classical style of the empire] we can follow the decline of taste in the succeeding régimes till, with the total extinction of all feeling for harmony of colour and unity of composition, we are landed—in the reign of the 'bourgeois king.'25

Hoewel niet expliciet genoemd, is het toch significant op te merken dat Dillon en Fraser hier de periode van Sèvres bekritiseren waarin Alexandre Brongniart directeur was van Sèvres. Ze spreken over de periode waarin veel geëxperimenteerd werd met verschillende nieuwe kleuren en technieken.26

Ondanks dat de oordelen van Dillon en Fraser overeenkomen, zou behoedzaam beargumenteerd kunnen worden dat deze theepot — door de eenvoudiger aspecten in acht te nemen — het verval van Sèvres in de 19e eeuw heeft ontweken. Zo zouden de kritische houdingen ten opzichte van een tekort aan samenhang in de compositie, een chaotisch kleurenschema, te veel decoratie en een mate van levenloosheid, wellicht ontkracht kunnen worden. De slang en het ei brengen door het samenspel van slechts twee elementen een simpele compositie tot stand (“unity of composition,” Dillon).27 De harmonie van het kleurenpalet komt tot stand door een simpele selectie kleuren: porseleinwit, goud, donkergroen (chromiumgroen?), en donkergrijs (“harmony of colour,” Dillon).28 De detaillering is zowel voor het ei als voor de slang goed te doorzien: voor het ei wordt een rasterpatroon met rozetten gebruikt; voor de slang een patroon van schubben op de rug en op de buik (“over-ornamented,” Fraser).29 Tenslotte wordt de starre houding van de slangenkop door Nouvel-Kammerer in 2002 zelfs als “threatening” bestempeld (“without life or spirit,” Fraser).30

De oordelen van Dillon en Fraser en de kijk op de theepot als een uitzondering op het verval van Sèvres moeten, zoals eerder genoemd, zeker worden genuanceerd. De esthetische kritiek van Dillon en Fraser op het porselein van Sèvres in de eerste helft van de 19e eeuw is niet een absolute waarheid; het laat eerder zien hoe vanuit de vroege 20e eeuw gekeken werd naar Sèvres. Daarbij komt dat Dillon en Fraser in hun teksten spreken over een generaliteit van een periode, een algemeenheid — er wordt niet gesproken over specifieke objecten. Het is, gegeven de kleine oplage waarin deze theepotten werd gemaakt, niet onwaarschijnlijk dat ze deze objecten nooit gezien hebben.31 Dillon en Fraser spreken niet over de theepot: ze spreken over een gemiddelde. De theepot omhoog praten tot “uitzondering” door het object af te zetten tegen teksten die een gemiddelde bekritiseren, is nadrukkelijk te overhaast en moet dus voorzichtig beschouwd worden.

Door de verschillende aspecten van deze theepot te benaderen en ze te hanteren als middelen om historische contexten te begrijpen, gaat de wereld van dit object weer leven. Het harde porselein vertelt over het ontstaan van Sèvres onder Lodewijk XV en Madame de Pompadour en de zoektocht naar kaolien. De slang werpt een licht op oriëntalistische verbeeldingen van de Franse 19e-eeuwse elite. Het donkergroene van de slang geeft wellicht de experimenten van Alexandre Brongniart weer. Tenslotte kunnen de opvattingen van Dillon en Fraser over het verval van Sèvres in de eerste helft van de 19e eeuw gebruikt worden om het totaalbeeld in een bredere historische context te zetten. Er valt nog veel onderzoek te doen naar dit object en de reeks waar het deel van heeft uitgemaakt. Deze theepot kent nog veel geheimen. Zo worden dan uiteindelijk de herinneringen van dit object tastbaar.


Literatuurlijst

1 Charles E. Fraser, “Sèvres Porcelain: Its Past and Present,” Brush and Pencil, vol. 13, no. 1 (The Brush and Pencil Publishing Company, 1903), 40. https://doi.org/10.2307/25505949 en Edward Dillon, Porcelain (Methuen and Co., 1904), 289.
2 Ik wilde graag de inleiding vloeiend laten lopen. De stelling wordt hier daarom juist impliciet geïntroduceerd. Als ik die expliciet zou noemen: “door de verschillende aspecten van deze theepot uit 1833 van de Manufacture nationale de Sèvres te benaderen en uiteen te zetten, zowel afzonderlijk als in ensemble, wordt duidelijk binnen welke historische contexten het object geplaatst kan worden; ze maken de herinneringen van het object tastbaar.” Als ik de stelling die ik ga benaderen toch concreter moet verkondigen dan hoor ik dat graag in de feedback! Ik ben benieuwd.
3 “Théière,” Musée des Arts Décoratifs, geraadpleegd op 12 juni 2026. https://collections.madparis.fr/document/theiere/627a8bc13edd954622443dc0?pageId=64462f74d0b7061116c3be25&v=mosaic&q=sevres&pos=45&pgn=3.
4 Fraser, “Sèvres Porcelain: Its Past and Present,” 43–44 en Dillon, Porcelain, 292.
5 Fraser, “Sèvres Porcelain: Its Past and Present,” 43–44 en Maude Haywood, “Sèvres Porcelain,” The Decorator and Furnisher, vol. 14, no. 2 (The Art-Trades Publishing and Printing Co., 1889), 41. https://doi.org/10.2307/25585797 en Dillon, Porcelain, 290–95.
6 Fraser, “Sèvres Porcelain: Its Past and Present,” 42.
7 Ibid., 46 en Dillon, Porcelain, 303.
8 Penelope Hunter-Stiebel en Odile Nouvel-Kammerer, red., Stuff of dreams: From the Paris Musée des Arts Décoratifs, tent. cat. (Portland Art Museum; Musée des Arts Décoratifs, 2002), 74.
9 “Manufacture royale de Sèvres, Théière à l’œuf et au serpent, 1833,” Musée des Arts Décoratifs, geraadpleegd op 12 juni 2026. https://madparis.fr/Manufacture-royale-de-Sevres-Theiere-a-l-oeuf-et-au-serpent-1833.
10 James Hall, Hall’s Iconografisch handboek, red. Ilja Veldman en Leendert D. Couprie, vert. Theo Veenhof (Primavera Pers, 1992), 316.
11 Chris Mattison, The New Encyclopedia for Snakes (Princeton University Press, 2007), 256.
12 Edward W. Said, Orientalism (Pantheon Books, 1978), 1–12. De meest toepasselijke passages zijn te vinden op pagina 8: “Isn’t there an obvious danger of distortion [...] if either too general or too specific a level of description is maintained systematically? My two fears are distortion and inaccuracy,” en op pagina 12: “[Orientalism] is an elaboration not only of a basic geographical distinction [...] but also of a whole series of ‘interests’ which [...] not only creates but maintains; it is, rather than expresses, a certain will or intention to understand, in some cases to control, manipulate, even to incorporate, what is a manifestly different [...] world; it is, above all, a discourse that [...] is produced and exists in an uneven exchange with various kinds of power, shaped to a degree by the exchange with power political (as with colonial or imperial establishment), power intellectual...”
13 Hunter-Stiebel en Nouvel-Kammerer, red., Stuff of dreams, 74.
14 “Théière miniature ‘Œuf et serpent’,” Sèvres Manufacture et Musée nationaux, geraadpleegd op 25 juni 2026. https://www.sevresciteceramique.fr/galerieshowroom/les-univers-de-sevres/product/theiere-miniature-uf-et-serpent.html.
15 Ibid.
16 Ibid.
17 Chris Mattison, The New Encyclopedia for Snakes, 51, 140–1, 150, 151–6, 158–62.
18 Wellicht zouden de bronnen die Nouvel-Kammerer heeft gebruikt voor de tentoonstellingscatalogus uit 2002 meer inzichten kunnen bieden (Hunter-Stiebel en Nouvel-Kammerer, red., Stuff of dreams, 74).
19 Dillon, Porcelain, 308–9.
20 Ibid., 308.
21 Ibid., 304, waaruit te deduceren valt dat het chromiumgroen een nieuwe geïntroduceerde kleur is: “. . .in 1804 [...] M. Garnier points out three signs by which this pseudo-Sèvres may be recognised: 1. The green prepared from the newly introduced chromium is of a warm yellowish tint. . .” en 309.
22 Ik heb niet veel kunnen vinden over wie Charles E. Fraser precies was. Edward Dillon was kunsthistoricus; hij specialiseerde zich in kunstnijverheid en schreef artikelen voor The Burlington Magazine over porselein aan het begin van de 20e eeuw. Zie ter referentie: Edward Dillon, “Some Notes on the Origin and Development of the Enamelled Porcelain of the Chinese: Part I–II,” The Burlington Magazine for Connoisseurs, vol. 13 (The Burlington Magazine Limited, 1908), 4, 69 en Edward Dillon, “Early Chinese Pottery and Porcelain at the Burlington Fine Arts Club,” The Burlington Magazine for Connoisseurs, vol. 17 (The Burlington Magazine Limited, 1910), 210–213.
23 Fraser, “Sèvres Porcelain: Its Past and Present,” 49. Cursief toegevoegd.
24 Ibid., 50.
25 Dillon, Porcelain, 308. Cursief toegevoegd. Lodewijk Filips I, “the bourgeois king,” regeerde van 1830 tot 1848.
26 Dillon, Porcelain, 308–9.
27 Dillon, Porcelain, 308.
28 Ibid.
29 Fraser, “Sèvres Porcelain: Its Past and Present,” 49.
30 Ibid. en Hunter-Stiebel en Nouvel-Kammerer, red., Stuff of dreams, 74.
31 “Théière miniature ‘Œuf et serpent’.”