home

La proue d'or

Een door mij geschreven paper over een prachtig, mystiek kunstwerk van Odilon Redon. Geschreven voor het vak Academische Vaardigheden, waarin methodisch en grondig onderzoek centraal staat. Het was de opdracht om een entry te schrijven voor een kunstwerk voor een tentoonstellingscatalogus van een fictieve tentoonstelling. In dit paper ga ik in op de titels die dit werk heeft gekend door de jaren heen en plaats ik het zo in een historische context.

Mocht ik er meer tijd voor hebben gevonden, zou ik verder onderzoek doen naar betiteling en museologie in het algemeen met als doel de uiteenlopende betiteling van dit werk beter te kunnen verklaren. Wellicht een thema om later op terug te komen.

Het zou een droom zijn om te mogen werken voor het Van Gogh Museum later. De individuën die het museum vertegenwoordigt, zij die veelal door middel van kleur en expressie hun weg in de bruisende en constant veranderende wereld probeerden te vinden van 1840 tot +/-1930, zij doen iets speciaals met me elke keer dat ik er weer ben. Redon is anders, omdat een significant deel van zijn oeuvre — zijn noirs — geen kleur bevatten en daarmee in sterk contrast staan met zijn pastels. Ik vind Redon het mooist wanneer hij zijn diepe kleuren laat spreken. Zo ook met dit werk:

La proue d'or: de titels van De boot van Odilon Redon

Theosofen 1850-1950

Mondriaan, Lauweriks, Tanner, af Klint, Redon, … in deze fictieve tentoonstelling worden verschillende Europese kunstenaars die werkzaam waren tussen 1850 en 1950 in een nieuw licht gezet, ieder met uiteenlopende theosofische visies. Hoewel ze divers waren in medium en executie, deelden ze een fascinatie voor de veelzijdigheid van religie en ambiguïteit in kunst. Verschillende topstukken worden benaderd en daarbij worden de meervouden van interpretaties van deze werken door de jaren heen gepresenteerd. Parallel aan deze interpretaties worden de filosofieën van de kunstenaars geplaatst.


Fig. 1: Odilon Redon. De boot, 1898. Pastel op zwartbruin geweven papier. 44.2 x 28 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam. Inv.: d0809M1986. Foto: Van Gogh Museum, Amsterdam.


La proue d'or: de titels van De boot van Odilon Redon

Over het diepe, blauwe water vaart een schuwe pelgrim, met een groenige aureool bekroond. De contouren van haar boot worden belicht door gouden sprankelingen, die als musicale phrases over het water dansen. Roodbruine wolken vullen de eveneens diepblauwe lucht. Rechts op het beeldvlak zien we het silhouet van een massa; zijn we bij onze bestemming aangekomen?

Hoewel het oeuvre van maritieme werken van de symbolistische en mystiek–idealistische schilder Odilon Redon (1840 – 1916) uiteenlopend is qua vormgeving, worden zijn schepen telkens weer gekenmerkt door een diepere thematiek van verlaten.1 Het oeuvre van Redon kent minstens 49 maritieme werken.2 Redon maakte bemande en onbemande schepen, zeilboten en sloepen. De thematiek staat echter vast, zo noemen Alec Wildenstein en zijn medeauteurs: Sur ce substrat légendaire et religieux, Redon compose ces variations marines autour des leitmotive les plus constants de son œuvre entier, ceux de la solitude et de l'abandon. Celui du départ.3

Dit werk heeft ondanks de compacte thematiek door de jaren heen meerdere iconografische en theosofisch–syncretische interpretaties gekend en dat is gedeeltelijk te danken aan de ambiguïteit die Redon toonde over zijn gehele oeuvre.4 Sven Sandström beargumenteerde in 1955 dat de pelgrim de Heilige Maagd Maria zou kunnen voorstellen betiteld als Stella Maris, Ster van de Zeeën, hoewel hij ook de algemene meerduidigheid van werken van Redon verklaart.5 Druick en zijn medeauteurs noemen een andere interpretatie en speculeren over de relatie tussen de figuur en de poëzie van Schuré, die vertelt over de bezwering van het schip van Isis dat vaart richting de sterren.6 Redon maakte vaker illustraties die bij literatuur hoorde.7 Ook de functie van Charon kan gezien worden, de herder die de doden met zijn gruwele sloep over de rivier de Styx naar de onderwereld begeleidt, hoewel Charon vaker afgebeeld wordt met een vissersstok in zijn rechterhand dan met een mantel.8 Tenslotte zou de lopende interesse in het boeddhisme en hindoeïsme van Redon rond deze periode kunnen zijn getoond.9 De onconventionele en autonome kleurensamenstelling van de aureool maakt de interpretatie nog uitdagender: we zien geen gebruikelijke gouden aureool, maar drie concentrische cirkels: van binnen naar buiten een dikke band lichtgroen, dan een dunne band wit en tenslotte een dikke band turquoise (fig. 2). Met dit meervoud aan interpretaties is De boot een van de meest treffende werken voor Theosofen 1850 – 1950.

Fig. 2: detail van De boot, 1898.

Door de jaren heen heeft dit werk bij verschillende tentoonstellingen verschillende titels gekregen en hoewel die op zichzelf uiteenlopend zijn, wordt over het algemeen enkel de eerder genoemde ideologische interpretatie van de Heilige Maagd Maria aangehaald. Tussen 1903 en 2018 wordt het op 24 tentoonstellingen vertoond in Europa en de Verenigde Staten, met titels zoals La Barque, Vierge nimbée, Die Jungfrau mit Schleier en Maria met stralenkrans staande op een schip (fig. 3). Zestien keer wordt een vertaling en/of synoniem van de Heilige Maagd genoemd, elf keer de boot; wanneer het thema van de titel theologisch is, wordt er niet één keer een niet–christelijke interpretatie gekozen. Dit is een interessant discussiepunt binnen de tentoonstelling: de voornamelijk christelijke benaming botst met de uiteenlopende academische interpretaties. Ook noemenswaardig is de lacune van tentoonstellingen tussen 1909 en 1948. Een bondig overzicht met bronvermelding van de tentoonstellingsgeschiedenis volgt (fig. 3).

Locatie en kunsthuis Jaartal Titel
Parijs, Galerie Durand-Ruel 1903 La Barque
Rotterdam, Kunstzalen Reckers 1907 Vierge nimbée10
Amsterdam, Larensche Kunsthandel 1909 Barque11
Arnhem, Vereeniging voor Beeldende Kunst 1948 Vierge nimbée12
New York, Jacques Seligmann and Co. 1951 Vierge nimbée13
Cleveland, Cleveland Museum of Art 1951–1952 Vierge nimbée14
Minneapolis (Minnesota), Walker Art Center 1952 Vierge nimbée15
Parijs, Musée de l'Orangerie 1956–1957 Vierge nimbée16
Den Haag, Gemeentemuseum Den Haag 1957 Vierge nimbée17
Amsterdam, Rijksmuseum Amsterdam 1972 Maria met stralenkrans staande op een schip – Vierge nimbée18
Winterthur, Kunstmuseum Winterthur 1983 Die Jungfrau mit Schleier19
Bremen, Kunsthalle Bremen 1983–1984 Die Jungfrau mit Schleier20
Enschede, Rijksmuseum Twenthe 1984–1985 Maria met stralenkrans staande op een schip21
Bordeaux, Galerie des Beaux-Arts (Bordeaux) 1985 La Vierge nimbée22
Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen 1988–1989 (Zonder titel)23
Chicago, Art Institute of Chicago 1994 The Boat24
Amsterdam, Van Gogh Museum 1994–1995 The Boat25
Londen, Royal Academy of Arts 1995 The Boat26
Amsterdam, Van Gogh Museum 2005 (Zonder titel)27
Frankfurt, Schirn Kunsthalle Frankfurt 2007 Jungfrau mit Heiligenschein28
Amsterdam, Van Gogh Museum 2008–2009 La barque (Vierge nimbée)29
Amsterdam, Van Gogh Museum 2009 De boot30
Riehen, Fondation Beyeler 2014 La barque31
Otterlo, Kröller-Müller Museum 2018 La barque (Vierge nimbée)32

Fig. 3: Tentoonstellingsgeschiedenis van De boot, 1898.

De correspondentie tussen Redon en een van zijn belangrijkste promotoren Andries Bonger (1861 – 1936) geeft meer informatie over de wijze waarop zij spraken over dit werk.33 In april 1913 schrijft Redon een brief naar Bonger, waarin Redon vermeldt dat hij dit werk en een ander heeft gerestaureerd en terug naar Bonger heeft gestuurd. Redon noemt hier na een dubbele punt expliciet een titel voor het werk — De gouden boeg — en schrijft: On a expédié, il y a quelques jours, votre peinture de fleurs, réparée, et le pastel: la proue d'or.34 Deze plotse betiteling is enigszins verrassend, omdat Redon het werk 14 jaar eerder in zijn eigen rekeningenboek totaal anders vermeldt. Daar kent het nog geen titel, enkel een schematische beschrijving: Ciel sombre brun avec nuages violet et rouge, à gauche un être auréolé sur une barque. Des gerbes d’or à la proue de la barque, et sur les eaux une sorte de fosforescence bleue, comme un feu–follet.35 De onderlinge correspondentie wordt pas gepubliceerd in 1987, 51 jaar na het overlijden van Bonger — de titels van het werk hebben hun stempel al gezet op de tentoonstellingsgeschiedenis.36

De plotse betiteling die enigszins van de schematische beschrijving afwijkt valt echter wel te verklaren. Redon vervaardigde gedurende de vijftig jaren waarin hij werkzaam was meer dan 2600 werken en moest een manier hebben om ze van elkaar te kunnen onderscheiden.37 Zo is het begrijpelijk dat Redon schematische beschrijvingen noteerde die duidelijk bleven over kleur en compositie, maar minder ingingen op de cryptische boodschap en bedoeling van de werken. Desalniettemin waardeerde Redon de band met Andries Bonger dermate, dat het aannemelijk is dat Redon er jaren later wel een passende titel bij vond.38 Ook is het belangrijk op te merken dat de uiteindelijke titel wel gevonden kan worden in de schematische beschrijving: Des gerbes d’or à la proue de la barque bevat het uiteindelijke materiaal voor “la proue d’or” — de kern van de schematische beschrijving houdt stand.

Redon maakte kunst voor de kunst an sich en was zich bewust van de uiteenlopende interpretaties die gezocht werden in zijn werken. In 1911 vertelt Redon zijn collega Maurice Denis dat Denis geen werk van Redon kan verwachten voor de aankomende expositie die Denis organiseert. Redon verklaart geen vertoning van Christus te kunnen leveren omdat de bedoelde conceptie van een icoon haaks staat op Redons werkwijze. Ook benadrukt Redon zijn aversie tegen kunst als verwezenlijking van een maatschappelijk idee.

Because you insist on my sending what you call a “subject,” and you specially assign to me an interpretation of the figure of Christ, of some lines from the Apocalypse, I cannot participate in the exhibition that you outlined for me. I want no misunderstanding, […] above all [I do not want] people to forget the total neutrality I have always maintained as far as the meaning and implications of all my work are concerned – whenever their designation was not specifically asked for. Art has no other end or purpose than art itself, and the best of mine is undetermined. Art can never specifically support the propaganda of a belief or a cult, or, for that matter, the realization of a social idea. I have sometimes made a Venus or an Apollo without wanting people to become pagan; I have also represented Buddha; and that image, and its symbol, still move the hearts of an innumerable part of mankind, and these subjects (if one can call them subjects) are as sacred to me as the others.39

Twee jaar later, in dezelfde brief aan Bonger waarin Redon La proue d’or voor het eerst noemt, toont Redon onverschilligheid jegens de verschillende interpretaties die men vindt in zijn werk en schrijft: Je me fiche de tout ce qu’on dit de la signification de mes ouvrages.40

Samenvattend en concluderend; Redon beeldt in 1898 een in theosofische vraagstukken gehulde figuur uit, bekroond met een autonoom gekleurde aureool. Na de vervaardiging beschrijft Redon het werk enkel schematisch in zijn rekeningenboek. Hoewel in 1913 het werk in correspondentie met Andries Bonger betiteld wordt als La proue d’or, kent het op het moment dat desbetreffende correspondentie publiek gemaakt wordt al verschillende andere titels. Het is in Europa en de Verenigde Staten te zien en ondergaat verschillende interpretaties, een lotsbestemming die aansluit bij de correspondentie van Redon in 1911 aan Maurice Denis, waar Redon zelfbewustheid toont over de onbepaaldheid van zijn werk. Dit werk is een eigen leven gaan leiden; ondanks de onverschilligheid van Redon in zijn brief aan Bonger, zou Redon vast trots zijn geweest dat het niet één titel en één interpretatie kon bedwingen.41 Voor Theosofen 1850 – 1950 is het daarom uitermate canoniek. De directie van de tentoonstelling nodigt bezoekers uit een eigen interpretatie en een eigen titel te koesteren, zoals Bonger dat aannemelijk heeft gedaan met La proue d’orDe gouden boeg.


1 Andreas Beyer et al., Allgemeines Künstlerlexikon: Die Bildenden Künstler aller Zeiten und Völker, vol. 98, Raum – Rimpatta (De Gruyter, 2018), 88.
2 “Maritiem,” zoals gecategoriseerd in Alec Wildenstein et al., “V: Marines,” in Odilon Redon: Catalogue raisonné de l’œuvre peint et dessiné, vol. 3, Fleurs et paysages (Wildenstein Institute; La Bibliothèque des Arts, 1994), 322–355. Er zijn werken die het woord “maritiem” ook zouden kunnen omvatten (zoals bijvoorbeeld Paysage Maritime in ibid., 318, maar die laat ik hier terzijde).
3 In het Nederlands: “Op deze legendarische en religieuze ondergrond componeert Redon deze maritieme variaties rond de meest constante leidmotieven van zijn gehele oeuvre: die over de eenzaamheid en het verlaten. Het thema van vertrek.” Wildenstein et al., Fleurs et paysages, 325.
4 Douglas W. Druick et al., Odilon Redon: Prince of Dreams, 1840–1916, tent. cat. (Abrams, 1994), 175–234.
5 Sven Sandström, Le monde imaginaire d’Odilon Redon (proefschrift, Berlingska boktryckeriet, 1955), 165. Noemenswaardig is hoe Sandström tweemaal accuraat toelicht hoe de meerduidigheid van het werk van Redon gerealiseerd wordt. Eerst noemt Sandström dat in de meeste van de religieuze composities van Redon directe verwijzingen naar Bijbelse verhalen of katholieke iconografieën ontbreken. Later diezelfde alinea noemt Sandström dat de werkwijze van Redon onduidelijke suggesties hanteert zonder een duidelijke structuur van betekenisvolle elementen. Sandström schrijft: “Toute allusion directe aux récits bibliques ou à l’iconographie catholique fait défaut à la plupart de ses compositions religieuses. [...] Mais le moyen qu’il emploie est encore celui de la suggestion indéterminée et non la construction d’un édifice compliqué d’éléments significatifs.”
6 Druick et al., Prince of Dreams, 233 en Édouard Schuré, Les grands initiés (Librairie académique Perrin et cie, 1889), 152, waar de volgende passage te vinden is: “Armé du grand secret, il montait dans la barque d’Isis. Elle partait. Soulevée dans les espaces éthérés, elle flottait dans les régions intersidérales. Déjà les larges rayons d’une immense aurore perçaient les voiles azurées des horizons célestes […]”
7 Emmanuel Benezit et al., Benezit Dictionary of Artists, vol. 11, Pinchon – Rouck (Éditions Gründ, 2006), 772.
8 Leslie Valentine Grinsell, “The Ferryman and His Fee: A Study in Ethnology, Archaeology, and Tradition,” Folklore, Transactions of the Folklore Society, vol. 68, no. 1 (Taylor & Francis Ltd.; Folklore Enterprises Ltd., 1957), 261.
9 Druick et al., Prince of Dreams, 228–229.
10 Wildenstein et al., Fleurs et paysages, 349 en Druick et al., Prince of Dreams, 445 en Roseline Bacou, Odilon Redon: Pastels, vert. Beatrice Rehl (George Braziller, Inc., 1987), 70.
11 “‘The Boat, 1898’, catalogue entry in Contemporaries of Van Gogh 2: Odilon Redon and Andries Bonger, 36 Works from the Van Gogh Museum Collection,” Fleur Roos Rosa de Carvalho, geraadpleegd op 24 maart 2026, doi.org/10.58802/RKTD9075. Hoewel deze catalogus behulpzaam is geweest voor het onderzoek, blijft de oorsprong van de informatie wat betreft de tentoonstellingsgeschiedenis nog onduidelijk; De Carvalho geeft geen bronvermelding. Het is mij niet gelukt een andere bron te vinden die deze informatie beaamt.
12 Wildenstein et al., Fleurs et paysages, 349 en Bacou, Odilon Redon: Pastels, 70.
13 Ibid.
14 Ibid.
15 Ibid.
16 Ibid. en Druick et al., Prince of Dreams, 445.
17 Wildenstein et al., Fleurs et paysages, 349 en Bacou, Odilon Redon: Pastels, 70.
18 In de tentoonstellingscatalogus staan alle titels van de tentoonstelling dikgedrukt in het Nederlands en staat de Franse titel ernaast vermeld: Vierge nimbée. I. M. De Groot et al., red., André Bonger en zijn kunstenaarsvrienden: Redon, Bernard, Van Gogh, tent. cat. (Rijksmuseum, 1972), 21–22. Ook vermeld in ibid.
19 Wildenstein et al., Fleurs et paysages, 349 en Druick et al., Prince of Dreams, 445 en Bacou, Odilon Redon: Pastels, 70.
20 Wildenstein et al., Fleurs et paysages, 349 en Bacou, Odilon Redon: Pastels, 70.
21 Ibid.
22 Ibid. en Druick et al., Prince of Dreams, 445.
23 “‘The Boat, 1898’, catalogue entry.” Ook hier is het mij niet gelukt een andere bron te vinden die deze informatie beaamt.
24 Wildenstein et al., Fleurs et paysages, 349.
25 Ibid.
26 Ibid.
27 Tijdens het onderzoek naar deze tentoonstelling, Pastels uit het Stedelijk Museum, kwam een onheldere samenstelling van informatie naar boven. Zie de online catalogus van het Van Gogh Museum: “‘The Boat, 1898’, catalogue entry” en daartegenover: Marleen Blokhuis, “Vijf Pastels van Odilon Redon,” Stedelijk Museum Bulletin: Populism (Stedelijk Museum Amsterdam, 2005), 16–19, 34–37. Hoewel door de catalogus van het Van Gogh Museum vermeld wordt dat De boot vertoond wordt bij deze tentoonstelling, valt dat niet te controleren omdat er geen tentoonstellingscatalogus is geschreven bij de tentoonstelling. Enkel het bulletin van het Stedelijk Museum is te vinden, waarin vijf “zelden besproken pastels van Odilon Redon” uitgelicht worden door Marleen Blokhuis. Dit artikel is voorzien van vijf afbeeldingen; geen van die betreft De boot. Het is nog onduidelijk of De boot hier echt tentoongesteld is.
28 Markus Bernauer et al., Odilon Redon: As in a Dream, tent. cat., red. Margret Stuffmann en Max Hollein, vert. Melissa Thorson Hause et al. (Hatje Cantz Verlag, 2007), 249, 320.
29 Teio Meedendorp et al., red., 125 grote liefdes – met steun van de Vereniging Rembrandt, tent. cat. (Waanders Uitgevers, 2008), 63.
30 Fred Leeman m.m.v. Fleur Roos Rosa de Carvalho, Odilon Redon en Emile Bernard: Meesterwerken uit de collectie van Andries Bonger, tent. cat., red. Aukje Vergeest en Chris Stolwijk (Van Gogh Museum; Waanders Uitgevers, 2009), 50, 125.
31 Raphaël Bouvier, red., Odilon Redon, tent. cat. (Fondation Beyeler, 2014), 80, 170.
32 Line Clausen Pedersen et al., Odilon Redon: Literatuur en Muziek, tent. cat., red. door Cornelia Homburg (Eelco van Welie; nai010 uitgevers, 2018), 9, 199.
33 Beyer et al., Allgemeines Künstlerlexikon, 88 en “‘Communion with the chosen’: Andries Bonger and Odilon Redon’, introduction to Contemporaries of Van Gogh 2: Odilon Redon and Andries Bonger, 36 Works from the Van Gogh Museum Collection,” Fleur Roos Rosa de Carvalho, geraadpleegd op 23 maart 2026, doi.org/10.58802/NRVD1207.
34 Suzy Levy, Lettres inédites d’Odilon Redon à Bonger, Jourdain, Viñes- (José Corti, 1987), 230. In het Nederlands: “We hebben verstuurd, een paar dagen geleden, uw schilderij met de bloemen, gerepareerd, en de pasteltekening: ‘de gouden boeg’.”
35 Odilon Redon, Le livre de raison d’Odilon Redon: premier cahier, 1898, Ms 42 821, 1898, no. 324. In het Nederlands: “Een donkerbruine hemel met paarse en rode wolken, links een figuur met een aureool op een boot. Gouden bundels aan de boeg van de boot, en op het water een soort blauwe fosforescentie, als een dwaallicht.” Het is me niet gelukt de originele bron in te kijken.
36 Levy, Lettres inédites d’Odilon Redon.
37 Alec Wildenstein et al., Odilon Redon: Catalogue raisonné de l’œuvre peint et dessin, vol. 1–4 (Wildenstein Institute; La Bibliothèque des Arts, 1992–1996). Paginanummers zijn hier niet van toepassing, het is immers een catalogue raisonné.
38 “Communion with the chosen.” Naast dit essay van De Carvalho mag ter illustratie genoemd worden hoe Redon zijn brief aan Bonger uit 1913 — diezelfde brief waarin de gouden boeg genoemd wordt — afsluit: “Amitié, bonne amitié // OdR.” Levy, Lettres inédites d’Odilon Redon, 230.
39 Dit is een Engelse vertaling, afkomstig van Druick et al., Prince of Dreams, 233–4. Er staat een voetnoot bij (Ibid., 408): “61 Letter from Redon to Denis, Bièvres, Villa Juliette, 4 July 1911 (Paris 4).” In de bibliografie staat een toelichting (Ibid., 456): “E. Letters: Unpublished // The major sources for unpublished letters to and from Redon are: [...] Paris 4. Collection of The Denis Family, Saint-Germain-en-Laye, France.” Met dit gegeven is het niet mogelijk consistent te zijn in deze entry en in de originele (Franse) taal van de bronnen te blijven citeren. Wel wordt consistentie aangehouden door de bronnen telkens in hun beschikbare staat te citeren.
40 Levy, Lettres inédites d’Odilon Redon, 230. In het Nederlands: “Het kan me niet schelen wat mensen zeggen over de betekenis van mijn werk.”
41 Ibid.

Literatuurlijst

  • Bacou, Roseline. Odilon Redon: Pastels. Vertaling van Beatrice Rehl. George Braziller, Inc., 1987.
  • Benezit, Emmanuel. Benezit Dictionary of Artists. Vol. 11. Pinchon – Rouck. Éditions Gründ, 2006.
  • Bernauer, Markus, et al.. Odilon Redon: As in a Dream, tent. cat., redactie door Margret Stuffmann en Max Hollein. Schirn Kunsthalle Frankfurt. Vertaling van Melissa Thorson Hause et al.. Hatje Cantz Verlag, 2007.
  • Beyer, Andreas, Bénédicte Savoy, Wolf Tegethoff, et al.. Allgemeines Künstlerlexikon: Die Bildenden Künstler aller Zeiten en Völker. Vol. 98. Raum – Rimpatta. De Gruyter, 2018.
  • Blokhuis, Marleen. “Vijf Pastels van Odilon Redon,” Stedelijk Museum Bulletin: Populism. Stedelijk Museum Amsterdam, 2005.
  • Bouvier, Raphaël, red.. Odilon Redon, tent. cat.. Fondation Beyeler, 2014.
  • De Carvalho, Fleur Roos Rosa. “‘Communion with the chosen’: Andries Bonger and Odilon Redon’, introduction to Contemporaries of Van Gogh 2: Odilon Redon and Andries Bonger, 36 Works from the Van Gogh Museum Collection.” Geraadpleegd op 23 maart 2026. doi.org/10.58802/NRVD1207.
  • De Carvalho, Fleur Roos Rosa, “‘The Boat, 1898’, catalogue entry in Contemporaries of Van Gogh 2: Odilon Redon and Andries Bonger, 36 Works from the Van Gogh Museum Collection.” Geraadpleegd op 24 maart 2026. doi.org/10.58802/RKTD9075.
  • Clausen Pedersen, Line, et al.. Odilon Redon: Literatuur en Muziek, tent. cat., redactie door Cornelia Homburg. Eelco van Welie; nai010 uitgevers, 2018.
  • Druick, Douglas W. et al.. Odilon Redon: Prince of Dreams, 1840-1916, tent. cat.. Abrams, 1994.
  • Grinsell, Leslie Valentine. “The Ferryman and His Fee: A Study in Ethnology, Archaeology, and Tradition.” Folklore, Transactions of the Folklore Society. Vol. 68. No. 1. Taylor & Francis Ltd.; Folklore Enterprises Ltd., 1957.
  • De Groot, I. M., et al., red.. André Bonger en zijn kunstenaarsvrienden: Redon, Bernard, Van Gogh, tent. cat.. Rijksmuseum, 1972.
  • Leeman, Fred met medewerking van Fleur Roos Rosa de Carvalho. Odilon Redon en Emile Bernard: Meesterwerken uit de collectie van Andries Bonger, tent. cat., redactie door Aukje Vergeest en Chris Stolwijk. Van Gogh Museum; Waanders Uitgevers, 2009.
  • Levy, Suzy. Lettres inédites d'Odilon Redon à Bonger, Jourdain, Viñes-. José Corti, 1987.
  • Meedendorp, Teio et al., red.. 125 grote liefdes – met steun van de Vereniging Rembrandt, tent. cat.. Waanders Uitgevers, 2008.
  • Sandström, Sven. Le monde imaginaire d’Odilon Redon. Proefschrift, Berlingska boktryckeriet, 1955.
  • Schuré, Édouard. Les grands initiés. Librairie académique Perrin et cie, 1889.
  • Wildenstein, Alec, et al.. Odilon Redon: Catalogue raisonné de l’œuvre peint et dessiné. Vol. 1-4. Wildenstein Institute; La Bibliothèque des Arts, 1992-1996.